Fabricage van gloeilampen

 


 
Startpagina
 
Geschiedenis
 
Oud en nieuw
 
Museum
 
Nieuws

 


Afkomstig uit Zaltbommel, besloot Gerard Philips in 1891 om uitgerekend hier zijn geluk te beproeven met de fabricage van gloeilampen, een produkt waarvoor hij een grote toekomst zag weggelegd.

De redenen waarom hij voor Eindhoven koos waren overigens vrij toevallig. Hij kon er voor een redelijk bedrag de hand leggen op een leegstaand fabrieksgebouw, maar belangrijker was dat goedkope arbeidskrachten, met name meisjes uit de omliggende dorpen, ruimschoots voorhanden waren voor het "priegelwerk" dat een belangrijk deel uitmaakte van het vervaardigen van een lamp.

Het ging in die jaren niet zo goed met de economie in ons land en het achtergebleven zuiden leed daar extra onder. Na drie jaar kwam, op aandringen van vader, ook Gerards jongste broer Anton in de "zaak". Hij was een gedreven koopman, die met een koffertje lampen de Europese markt ging verkennen. Nu kon niets de expansie van het bedrijf meer in de weg staan.

In de beginjaren werd elektrisch licht maar spaarzaam toegepast. De geheel met de hand vervaardigde lampen waren duur en verbruikten veel kostbare elektriciteit. Men vond het vooral in luxe winkels en restaurants, in het theater en ook wel in de industrie.

Pas na de Eerste Wereldoorlog werden de olielamp en het gaskousje voorgoed uit de huiskamer verdrongen, maar hierdoor steeg de vraag naar gloeilampen dusdanig dat mechanisatie van het productieproces de enige uitweg was.

© 2007 DGW Internet Solutions - All rights reserved Stichting Philipsfabriekje 1891